Licht heeft meer dan één taak
Aan de eettafel wil je soms werken en soms uitgebreid dineren. Eén lichtstand kan niet beide momenten even goed ondersteunen. Verdeel het licht daarom in functies: algemeen licht om je te verplaatsen, gericht licht om iets te doen en accentlicht voor sfeer.
Ontwerp vanuit de ruimte
Kijk naar looproutes, meubels, materialen en daglicht. Een mooi armatuur op de verkeerde plek lost weinig op. Bepaal eerst wat je wilt verlichten en waar je verblinding wilt vermijden. Kies daarna de armaturen, lichtkleur en manier van dimmen.
Maak scènes herkenbaar
Geef scènes namen die je dagelijks gebruikt: koken, eten, lezen of ontspannen. Houd het aantal overzichtelijk. Een goede scène voelt meteen logisch en laat zich eenvoudig aanpassen wanneer je inrichting of gewoontes veranderen.
Test de combinatie
Niet elke lamp werkt goed met iedere dimmer. Laat de combinatie van armatuur, voeding, dimmer en besturing controleren. Let bij een proefopstelling ook op flikkering, het laagste dimniveau en het gedrag na een stroomonderbreking.
Laat ruimte voor de hand
Automatisering helpt, maar jij beslist. Zorg voor directe bediening en spreek af hoe lang een handmatige wijziging actief blijft. Zo voorkom je dat een bewegingssensor je zorgvuldig gekozen sfeer meteen overschrijft.